Luchttrappen door verlies - Grip krijgen in het licht van de lente en zomer.
Veel mensen hebben al lekker op een terrasje gezeten en verheugen zich op lange dagen vol zonneschijn en gezelligheid. Is er wel ruimte voor verdriet? Hoe verhoudt je je tot de vrolijkheid van dit seizoen terwijl je zelf meer in een herfstperiode (afscheid en loslaten) of zelfs winter (dood) zit?
Mijn gesprekpartner is zijn geliefde kwijtgeraakt 5 maanden voor de intake. Van samen reizen, over alles kunnen praten, 2 gezonde kinderen verwelkomen hebben ze het afgelopen jaar alleen besteed aan overleven en vechten tegen een zeer agressieve vorm van kanker. Terwijl ze nog maar aan het begin van hun jonge levens stonden. Hun vrienden en leeftijdsgenoten genieten van hun eigen prille liefdes, jonge kinderen en carrière moves. Dat is verleden tijd voor mijn cliënt.
Terwijl hij dit vertelt zie ik hem geen moment om zich heen kijken, alleen maar naar de grond voor hem. Ik vraag hem te stoppen. Even op adem te komen. We zijn ongemerkt harder gaan lopen, maar hadden niks door. Zo groot was zijn verdriet, als een soort bubbel om hem heen en nu ook om mij heen. Ik vraag hem of hij dit herkent, de bubbel, het versnellen, het buiten adem raken. Verbaasd kijkt hij me aan, daarna om zich heen om tenslotte bevestigend te antwoorden. “Waar zijn we?” vraagt hij. Ik wijs hem de ingang van het park aan, waar we naar binnen zijn gelopen. In 1 keer verandert zijn lichaamshouding. De schouders hangen naar beneden, armen hangen slap langs zijn lichaam en hij oogt ineens heel moe. “Hoe ben ik hier gekomen?” is de volgende vraag.
Ik stel voor dat hij de benen die hem naar deze plek hebben gedragen, totaal onbewust, nu gaat inzetten om hem naar een plek te dragen die hem aantrekt. De uitnodiging is om de omgeving te bekijken en aan te wijzen wat op dit moment aanlokkelijk is. Hij wijst een bankje aan die op water uitkijkt. We lopen erheen, er blijken wat bomen erachter te staan die vol in bloesem staan en lekker ruiken. Met een zucht neemt hij plaats en staart voor zich uit. De bubbel lijkt wat dunner aan te voelen, maar mijn cliënt voelt verloren aan. Oogcontact heeft hij niet veel gemaakt, maar zijn profiel spreekt boekdelen. Gespannen kaaklijn, hangende mondhoeken en samengeknepen ogen. De handen liggen passief op de bovenbenen, er is niks meer over van de haastige pas die hem zojuist de adem benam.
De omgeving is onbeschaamd aan het schitteren, totaal het tegenovergestelde van wat mijn cliënt uitstraalt. De bloesem achter ons, een zonnestraal die over het water in duizenden schitteringen uiteenvalt, de kwetterende vogeltjes, het is bijna te mooi. Mijn cliënt zucht en merkt op dat het voelt alsof hij aan het luchttrappen is. Er is veel beweging, maar geen vooruitgang. Alles om hem heen groeit en bloeit terwijl zijn leven al 2 jaar stilstaat. Sinds de dag van de diagnose. Ik vraag hem of hij in zijn eentje aan het luchttrappen is. Normaal gesproken wel is het antwoord, behalve vandaag. Dit is de eerste keer dat hij stilstaat en de omgeving waarneemt in al haar grootsheid. Hij weet niet of hij daar ooit weer onderdeel van zal kunnen zijn. In de tussentijd zien we een koppel Canadese ganzen over het water glijden, met grote kuikens achter zich aan. Hij merkt op hoe gemakkelijk ze zich voortbewegen, ‘jaloersmakend zen’. We tellen 6 kuikens die naadloos aansluiten en op het laatste moment komt er nog een nummer 7 aan, rustig en op afstand van de rest. Het draait wat in het rond, onderzoekt het riet en volgt dan de rest van zijn familie. Het valt me op dat de aandacht van mijn cliënt naar de achterblijver gaat. Er komen tranen gevolgd door een snik. Ik wil wat zeggen, voel de bubbel van verdriet weer opkomen bij hem maar besluit er niet tussen te komen. Dit is zijn moment, hun moment. Nog geen minuut later kijkt hij me aan en zegt: “Misschien is het helemaal niet erg om even mijn eigen tempo aan te houden nu. Ik kan mensen niet bij houden, ik wil bij mijn geliefde zijn, in deze bubbel van verlies én liefde. Zij is de enige die me nu kan troosten en ze is er niet meer. Ik mag ook even rondjes blijven draaien, het water of het leven, zal me blijven dragen totdat ik weer op eigen kracht kan zwemmen”.
Er zijn nog geen reacties op dit artikel